Goed en kwaad zijn een kwestie van rekenen?

     Ik sprak laatst een man in de sprinter van Almere Centrum naar Hilversum die zei dat een handeling voor zoveel mogelijk goeds en voor een zo groot mogelijk aantal mensen moet zorgen, want dat is de kern van het utilitarisme. Hij was van mening dat de morele waarde van een handeling afhankelijk is van de gevolgen ervan. Goed en kwaad zijn daarmee een kwestie van rekenen.

     Hij vertelde namelijk dat, de uitkomst van een handeling bepalend is voor de ethische waarde ervan, want het doel  is altijd geluk. Geluk wordt gedefinieerd als het ontbreken van pijn en het hebben van zoveel mogelijk plezier. Hij vertelde dat er een reken methode was ontwikkeld, de 'hedonistische calculus' genoemd, waarmee precies uitgerekend kan worden welke handeling het meeste geluk voor de meeste mensen zou opleveren, een rekenmethode die aan de hand van onder andere de duur en de intensiteit van het plezier en de pijn uitgerekend kan worden. Ethiek(zedenleer) werd hierdoor een exacte wetenschap.  

     Hij vertelde dat het nut van een onpartijdige ethiek is om het geluk voor zo veel mogelijk mensen te maximaliseren, waarbij het niet uitmaakt om welke mensen het gaat. Hij gaf aan dat mensen niet geneigd zijn om het goede te doen; vaak zullen zij alleen rekening houden met hun eigen geluk en niet met dat van de mensen om hen heen. Daarom is er een systeem van beloningen en straffen nodig om iedereen op 'het rechte pad' te houden.

     Ik zei toen tegen hem dat deze manier van redeneren  ervoor zorgt dat bepaalde groepen buiten de boot vallen, dat ik tegen bijvoorbeeld orkaanslachtoffers in de Verenigde Staten zeg: 'Sorry, ik ga jullie niet helpen. Mijn geld is in Afrika meer waard, en daar zijn genoeg mensen die het minstens zo slecht hebben als jullie' of andersom, ik geef aan de orkaanslachtoffers en zeg tegen de mensen in ontwikkelingslanden: 'Sorry, ik ga jullie niet helpen.'

     Hij vertelde dat de reden waarom ik aan mensen in de V.S. wil geven, waarschijnlijk is omdat ze op mijn televisie scherm en op de voorpagina van mijn krant verschijnen, ik daardoor emotioneel geraakt word en wil helpen, terwijl arme mensen in ontwikkelingslanden niet op mijn TV te zien zijn en dus ook niet in mijn bewustzijn en dat het tijd is  om hen wel in onze focus te krijgen.

     Ik vertelde hem dat ik daar nog nooit bij stilgestaan had want een belangrijk onderdeel van Gods plan was dat ik op aarde geboren zou worden, een stoffelijk lichaam zou ontvangen en de juiste keuzes zou leren maken. Ik zou mij niet meer herinneren hoe het leven bij mijn Vader in de

hemel was, maar Hij zou mij wel het vermogen geven om goed van kwaad te onderscheiden. Ik zou in staat zijn om zijn liefde en waarheid te herkennen en door mijn ervaringen en beproevingen zou ik kunnen leren om de juiste beslissingen te nemen. Met de hulp van Jezus zou ik na dit aardse leven bij mijn hemelse Vader kunnen terugkeren, want omdat Hij mij liefheeft, gaf Hij mij keuzevrijheid en laat Hij mij kiezen of ik zijn plan en zijn Zoon wil volgen.

     De man zei toen dat het goed voor mij was dat ik met hem had gesproken want nu ik weet dat goed en kwaad te berekenen zijn ben ik in ieder geval een stapje dichterbij gekomen in het juiste gebruik van mijn keuzevrijheid. Ik was inmiddels bij Hilversum aangekomen en dankte hem voor het ongevraagde advies dat hij mij had gegeven.