Geloven? Waarom niet?

     Tijdens mijn zendingsdrang kwam ik iemand tegen die ik vroeg of hij in God geloofde. Hij zei: "Wat voor goede argumenten zijn er voor het bestaan van God?" Ik zei toen: "Waarom zou ik met argumenten moeten komen? Ik geloof dusdanig in God dat het meer een zekerheid voor mij is dan een geloof. Laat ik mezelf maar als voorbeeld nemen. Ik heb twee ogen waar ik mee kan zien, twee oren waar ik mee kan horen, een neus waar ik vrijwel alles mee kan ruiken, een mond om te eten en te praten, twee armen, handen, benen en voeten en dit alles wordt door mijn verstand gecoördineerd, waar ook waarschuwingen naar mijn lichaam uit voort kunnen komen. Ik ben eigenlijk een wandelend wonder. Dus laat mij maar horen welke argumenten u heeft om te denken dat God niet bestaat."

     "Ja hoor eens", zei hij. Ik hoef toch niet te bewijzen dat God niet bestaat, u moet maar aantonen dat Hij wel bestaat. Wie wat beweert moet dat bewijzen wie dat ontkent hoeft dat niet te doen." Ik zei toen: "Ik heb het bewezen, want ik leef en u leeft ook.

     "Ja maar," vervolgde hij. "Je moet toch toegeven dat geloof een beroerd imago heeft. Ik vind geloof gewoon een ziekte, een virus, ja, geloven is echt ongezond, het bezorgd waanvoorstellingen en is nog gevaarlijk ook. Voordat je het weet gaan fanatici rare dingen doen met vrouwen, kinderen en bomaanslagen. Je moet toch toegeven dat ouders hun kinderen een giftige pil meegeven als zij hun met religie opvoeden. Als nou onomstotelijk vast zou staan dat er inderdaad een God bestaat die dat van hen vraagt dan zou ik het nog kunnen billeken." "Nee, ik niet" zei ik tegen hem. "Het is dan nog steeds onverteerbaar dat die god mensen opzadelt met onnatuurlijke, ongezonde en gevaarlijke leringen. De God waarin ik geloof is er een van liefde, genade, tederheid, genegenheid en saamhorigheid."

      "Maar" zei hij. "We zitten wel al tijden in een proces van secularisatie (1), waardoor veel mensen van hun geloof vallen, die daarmee terugkeren tot het normale van het menselijk leven, zodat de echte mens tevoorschijn komt. Het lijkt net alsof de mens meer volwassen is geworden, dat ze Sinterklaas en God achter zich gelaten hebben. Een man zoals jij heeft misschien nog een beetje heimwee, ook al weet je dat het leven van nu veel realistischer en volwaardiger is dan het religieuze leven van toen."

     "Je hebt natuurlijk Nederlands gezien volkomen gelijk, alleen klopt het niet. Religie is een van de normaalste dingen in de wereld. Ik denk dat 80 procent van de mensheid religieus is en dat dit in Nederland zelfs een derde is, wat weliswaar buitenkerkelijk is maar zichzelf toch 'religieus' noemt, wel eens in gebed gaat en gelooft dat er wel 'iets' moet zijn. Hoewel ik ook niet alles weet, weet ik wel het belangrijkste. Ik ken de duidelijke en eenvoudige herstelde evangeliewaarheden die tot verlossing en verhoging leiden en dat alle boetvaardigen van hun zonden gereinigd kunnen worden. En wat ik niet weet of niet ten volle begrijp, overbrug ik met de kracht van mijn geloof. Ik ga voort en verheug me in de beloften en zegeningen van het herstelde evangelie en daarna zal mijn geloof uitmonden in volmaakte kennis. (Zie Alma 32:34.)

     Door het onbekende tegemoet te treden, slechts gewapend met hoop en verlangen, toon ik mijn geloof en toewijding aan de Heer, dus, vertel mij, wat steekt er voor kwaad in." "Het herstelde evangelie?" zei hij op bedenkelijke toon en liep van mij weg en dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.

  

 

(1. proces waarbij het maatschappelijk leven zich steeds meer gescheiden ontwikkelt van de kerk en het geloof.)