Sommige filosofen waarschuwen

     Wij zijn gewend geraakt aan de bekenteniscultuur dat we de macht en dwang die dat uitoefent niet meer opmerken. Integendeel, de waarheid en ons geweten vraagt in het geheim van onszelf niets anders dan aan het daglicht te treden. Het komt ons voor dat als wij daar niet in slagen, dit komt, doordat een dwang haar weerhoudt, zoals de vrijheidsberoving door justitie of dat er eerst een soort bevrijding nodig is, opdat zij eindelijk kan worden verwoord. 

     Maar in de wereld waar wij thans in leven blijken wij helemaal niet zo vrij te zijn om zomaar te vertellen. Bovendien, als wij onze intieme verhalen over onze vroegere relaties vertellen, kan er half plagend, half spottend op gereageerd worden. Met ander woorden: Doordat wij erover vertellen geven wij de macht over onze herinneringen uit handen.

     Er kan namelijk over geoordeeld of om gelachen worden en jou herinnering zodanig benaderd worden dat jij jou gevoel over jou ervaring beïnvloed voelt en aangetast. Openheid leidt dan niet tot vrijheid, maar tot manipulatie. Vertrouwelijkheid wordt dan ten onrechte begrepen als het delen van een waarheid. Vertrouwelijkheid bestaat er dan uit dat je elkaar niet alles hoeft te vertellen en te delen.

     De gedachte dat de bekentenis vrij maakt en zwijgen macht, is een veronderstelling wat juist in wereldse opzichten niet het geval is. Doordat wij onze daden en verlangens opbiechten, stellen we ons bloot aan andermans oordelen en we kunnen dan gediagnosticeerd, gecategoriseerd en bekritiseerd worden.  

     Het is niet zomaar het gezag dat ons dwingt om onze lusten en fouten te bekennen, wij willen als mens zélf graag bekennen en onszelf ontleden en diagnosticeren. We hebben ons de bekentenis eigen gemaakt als een mechanisme van waarheidsvinding en gewetensbevrijding; we geloven dat, als we onze diepste gevoelens en verlangens opbiechten, we ons bevrijd zullen voelen. Maar door te bekennen geef je je ook over aan machtsstructuren, die je aan banden kunnen leggen, waarschuwen sommige filosofen. Met andere woorden: Sommige filosofen bagatelliseren de eerlijkheid en noemen de voordelen op om eerlijke en belangrijke informatie achter te houden. 

     Wat ben ik blij dat ik lid mag zijn van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'. Het dertiende geloofsartikel verklaart: "Wij geloven eerlijk te moeten zijn." Als ik eerlijk ben, houdt dat in dat ik te allen tijde oprecht ben, de waarheid spreek en zonder bedrog ben. Als ik in alle opzichten eerlijk ben, heeft dat gemoedsrust en zelfrespect tot gevolg. Ik bouw dan aan een sterk karakter, waardoor ik God en mijn naasten kan dienen. Ik ben dan betrouwbaar in de ogen van God en mijn medemens.

     Ben ik daarentegen oneerlijk in woord en daad, dan beschadig ik mezelf en vaak ook anderen. Als ik lieg, steel, bedrieg, of op mijn werk de kantjes eraf loop, verlies ik mijn zelfrespect. Ik verlies dan ook de leiding van de Heilige Geest. Mensen zullen mij niet langer vertrouwen en dat leidt tot beschadigde relaties met familieleden,vrienden en het negatief beïnvloeden van zogenaamde nieuwe vrienden.

     Eerlijkheid vergt vaak moed en offerbereidheid, in het bijzonder wanneer anderen mij ertoe proberen over te halen om oneerlijk gedrag te rechtvaardigen. Als ik in een dergelijke situatie belandt, dan bedenk ik dat een eerlijke levenswandel veel meer oplevert dan het volgen van een massa mensen die naar sommige waarschuwende filosofen luisteren en dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.