Mijn eenzaamheid bevalt mij prima

     Literatuur maakt eenzaam, althans dat ervaar ik als ik in mijn studeerkamer bezig ben met het leeswerk waar mijn columns uit voortvloeien. Ik kom dan onderwerpen tegen die ik - zonder dat ik daar een besef van had - ga beseffen, alsof de schrijver dat voor mij heeft uitgezocht. Zo las ik over een huwelijks en gezinstherapeut, die regelmatig koppels begeleidt bij het herstellen of versterken van hun relatie, dat hij met een vrouw had gesproken die nog maar een paar maanden getrouwd was. Ze vertelde hem dat ze heel moeilijk met haar man kon communiceren. Daarna sprak hij de echtgenoot en merkte dat hij wel goed kon communiceren - maar zijn vrouw niet.

     Ik ben nu elf jaar met mijn lieveling samen en heb geleerd dat gezonde communicatie mijn hart en geest beïnvloedt. Ik ben beknopter tegen haar geworden, waardoor ik diepere emotionele banden met haar smeedt, meningsverschillen oplos en onbelangrijke dingen ongemoeid laat waardoor mijn huwelijk steeds sterker is geworden.  

     Mijn onderwerp waar ik al jaren over schrijf raakt aan iets waar een mens alleen in is, een kern die met niemand gedeeld wordt want het gaat altijd over de ziel, die de meeste mensen graag voor zichzelf houden, waarin de meesten steeds eenzamer worden, terwijl ik juist in mijn priesterschap, mezelf als een ziel ervaar, dat ik anders ben dan anderen en veel van hun ervaringen niet deel. Er zitten namelijk specifieke haken en ogen aan, die door de uniekheid van iedereen in elk mens veroorzaakt worden.

     Mijn uniekheid is het priesterschap dat ik draag. Dit priesterschap is aan Adam gegeven en is altijd op aarde als de Heer zijn evangelie openbaart. Het is tijdens de grote afval van de aarde weggenomen, maar hersteld in mei 1829, toen de apostelen Petrus, Jakobus en Johannes het aan Joseph Smith en Oliver Cowdery verleenden.

     De ambten in het Melchizedeks priesterschap zijn apostel, zeventiger, patriarch, hogepriester en ik ben ouderling. De president van de hoge priesterschap is de president van de kerk. (Zie L&V 107:64-66.)

     Omdat ik een Melchizedeks priesterschapsdrager ben kon ik in de tempel mijn begiftiging ontvangen en voor eeuwig aan mijn vrouw worden verzegeld in een eeuwig huwelijk. Met het Melchizedeks priesterschap heb ik het gezag om de zieken te zalven en hun familieleden en anderen een zegen te geven. Ik kan de gave van de Heilige Geest verlenen en anderen tot een ambt in het Aäronisch en Melchizedeks priesterschap ordenen.

     Toen ik het Melchizedeks priesterschap ontving, ging ik de eed en het verbond van het priesterschap aan en heb mij ertoe verbonden om getrouw te zijn, mijn roeping groot te maken, de woorden van eeuwig leven nauwkeurig na te komen en naar ieder woord dat de mond van God uitgaat te leven. Wie zijn verbond nakomt, wordt geheiligd door de Geest en ontvangt 'alles wat de Vader heeft'. (Zie L&V 84:33-44.) Ik ben dus heel gelukkig met mijn ambt.

     Alle tempelverordeningen worden verricht met het gezag van het priesterschap. Door middel van dit gezag worden de verordeningen die op aarde worden verricht, verzegeld - gebonden - in de hemel. De Heiland leerde zijn apostelen: "Wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen." (Matteüs 16:19; zie ook L&V 132:7.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.