Een vreselijke uitspraak

     In de vechtscheiding met mijn ex is mij iets overkomen wat ik het meest vreselijke vind, wat ik van een rechter ooit te horen heb gekregen. Laat ik het even uitleggen. Toen ik mijn gezin nog bij elkaar had, gingen wij een huis kopen buiten de bebouwde kom, omdat wij ook ons paard in ons gezin wilde opnemen. Maar nadat het paard en mijn gezin vertrokken waren, was er voor mij geen aanleiding meer daar te blijven wonen. Ik wilde terug naar mijn geboorte stad. Toen ik het huis had verkocht en op zoek was naar een ander huis werd er door mijn ex op mijn huis conservator beslag gelegd, want zij vond dat ik bij haar in de schuld stond.

     Om een lang verhaal kort te maken. Om het huis toch te kunnen afleveren moest ik vanuit de opbrengst een aanzienlijk bedrag in depot zetten bij een notaris. Dit had tot gevolg dat ik was uitgeweken naar een plezier vaartuig in de jachthaven buiten die bebouwde kom, omdat ik niet meer in staat was een ander huis in mijn geboortestad te financieren. Mijn ex wilde ook dat ik mijn kinderen niet meer te zien kreeg, want 'dat op die boot' vond zij maar niets. In eerste instantie ging de rechter daar niet mee akkoord.

     Maar tijdens een kaartspelletje op de boot - omdat het te slecht weer was voor een pretpark - kon een van mijn zonen niet tegen zijn verlies en omdat ik samen met mijn andere zoon pret had in het winnen van het spel, liep de zes jarige kwaad van de boot weg. Nu was het in een gebied waar geen trottoirs waren waardoor het echt te gevaarlijk was hem gewoon zijn gang te laten gaan. Ik ben dus samen met mijn andere zoon hem achterna gegaan en heb hem bij zijn moeder voor de deur afgezet. Verder wilde ik dat mijn ex het met mij eens was, dat hij dit niet had mogen doen.

     Tijdens de rechtszitting die hier op volgde heb ik een uitspraak gedaan die in de psychiatrie heel gewoon is, want daar worden verwarde mensen door middel van medicatie bijgesteld. Maar toen ik tegen die rechter zei dat ik vond dat mijn zoon bijgesteld moest worden, omdat hij moet leren tegen zijn verlies te kunnen, zei die rechter dat je een klok bijstelt en niet een kind. Mijn ex had dus het pleidooi gewonnen, want dat was het laatste wat ik van hen te zien heb gekregen. vreselijk vond ik het.  

     Tien jaar later kwam ik in contact met 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' en leerde daar dat het geen toeval is dat God ons organiseert in gezinnen, zodat kinderen gelukkig en veilig kunnen opgroeien en anderen onzelfzuchtig leren lief te hebben, want dat is de sleutel tot ware vreugde. Het gezin is de beste plek om anderen te leren lief te hebben op de manier waarop God al zijn geestkinderen liefheeft.

     Wij geloven namelijk dat ieder mens - ook mensen die geen lid van genoemde kerk zijn - letterlijk een geestzoon of dochter van onze hemelse Vader is, (zie Hebreeën 12:9) en daarom onze hemelse broer of zus is. Voordat we naar de aarde kwamen, werden we in een eeuwig gezin door onze dierbare hemelse Vader onderricht. Dat betekent dat ik met ieder mens al vóór dit leven een band had. Nu vraag ik mij af: Als die rechter er van overtuigd was geweest dat ik - geestelijk gezien - een broer van hem was, zou hij mij dan anders bejegend hebben? Ik weet zeker dat mijn hemelse Vader met die vreselijke uitspraak van die rechter niet akkoord gaat. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.