Mijn verantwoordelijkheid kennen

 

     Ik ben mij als een zoon van God gaan voelen, want Hij heeft het priesterschap in deze laatste dagen hersteld en ook aan mij toevertrouwd. Die verantwoordelijkheden hebben, omdat ik mijn priesterschap plichten vervul, mijn band met God versterkt. De Heer heeft mij de belofte gedaan dat wanneer ik mijn priesterschapsplichten vervul, ik door de Geest zal worden geheiligd, tot de uitverkorenen Gods ga behoren, en uiteindelijk alles zal ontvangen wat de Vader heeft. (Zie L&V 84:33-38.) De bedoeling is dat de mensen die ik dien, door mijn werk zeer gezegend worden.

 

    Wij, mijn lieveling en ik, zijn inmiddels tien jaar tempelwerkers in de Den Haag tempel in Zoetermeer. Wij mogen daar vormgeven aan het priesterschap en dat is een hele verantwoordelijkheid. Om een voorbeeld te noemen: In de begiftigingsdienst mag ik onder anderen ook de plaats van de Allerhoogste Elohim vertegenwoordigen. Verder is het onze verantwoordelijkheid de broeders en zusters die deelnemen aan tempeldiensten een onvergetelijke tempel dag te bezorgen. Wij stralen dan uit dat wij een dergelijke verantwoordelijkheid heel serieus nemen. Met een positieve houding voelen we ons overigens beter en staan we - in de juiste context - sterker in onze schoenen.  

 

    Ik doe bij deze een oproep aan alle leden van de wijk Almere om familiegeschiedenis en tempelwerk te combineren: Ik vraag u allen om de gegevens van een voorouder te zoeken en deze in te dienen voor tempelwerk. Als we dit doen en onze kinderen erbij betrekken, zal dat een geweldig effect hebben en ons veel vreugde geven. Uiteindelijk zal het niet bij één voorouder blijven, maar zullen we vele namen kunnen meenemen naar de tempel.

 

    "Dan zal uw vertrouwen in de tegenwoordigheid van God sterk worden; en de leer van het priesterschap zal zich op uw ziel vormen als dauw uit de hemel. De Heilige Geest zal uw constante metgezel zijn en uw scepter, een scepter van gerechtigheid en waarheid; en uw heerschappij zal een eeuwigdurende heerschappij zijn, en zonder dwang zal die u toevloeien, voor eeuwig en altijd." (Zie L&V 121:45-46.)

 

    David O. McKay heeft iedere man die zijn priesterschap in gerechtigheid gebruikt, beloofd dat hij 'zal merken dat zijn leven wordt veraangenaamd, dat zijn onderscheidingsvermogen wordt verscherpt om vlug te beslissen tussen goed en kwaad, dat zijn gevoelens teder en vol mededogen zijn, en zijn geest toch sterk en onversaagd in de verdediging van het recht is; hij zal merken dat het priesterschap een nooit aflatende bron van geluk is - een bron van levend water, die opspringt tot in het eeuwige leven." (1)

 

     "Wat voor mannen en vrouwen behoort gij daarom te zijn? Voorwaar zeg Ik u: zoals Ik ben." (3 Nephi 27:27.) Met andere woorden: Jezus nodigt ons uit om zijn naam en zijn karakter op ons te nemen. Om te worden zoals Hij is moeten we ook de dingen doen die Hij heeft gedaan: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dit is mijn evangelie; en gij weet de dingen die gij in mijn kerk moet doen; want de werken die gij Mij hebt zien doen, die zult gij eveneens doen." (3 Nephi 27:21.)

 

    Het zijn en het doen is dus onafscheidelijk. Als onderling afhankelijke leerstellingen versterken en bevorderen ze elkaar. Geloof inspireert tot gebed, en gebed versterkt op zijn beurt ons geloof. "Gij zult niet lui zijn; want wie lui is, zal van de arbeider noch het brood eten, noch de kleding dragen." (L&V 42-42.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. (Leringen van kerkpresidenten: David O. McKay , 2003, blz. 123.)