Overheersend geloof dat mensenlevens vervormd

 

     Emest Heckel, die uiterst radicaal modern was, feitelijk was hij een atheïst, probeerde in een hoofdstuk van zijn boek: "Het raadsel van het heelal" afbreuk te doen aan de heerlijkheid van de Zaligmaker. Deze Duitse wijsgeer noemt het feit, dat Pettacus van Mylene, één van de Griekse wijsgeren (600 v. Chr.) aan zijn navolgers de gulden regel in een ontkennende vorm gaf. Van Pettacus wordt gezegd dat hij het volgende geleerd heeft: "Doet niet aan anderen, wat gij niet zou willen dat anderen u aandeden". Verder noemt de heer Heckel, Confucius, die 500 jaar v. Chr. schreef: "Doet gij aan de mensen, wat gij van hen verlangt aan u te doen". Ten laatste wijst hij naar de leerstellingen van Aristoteles, die in de vierde eeuw schreef: "Wij moeten anderen behandelen, zoals wij door anderen behandeld willen worden".

 

     Uit deze gegevens wil Heckel bewijzen, dat de gulden regel en andere zedenkundige beginselen, welke wij in de leringen van de Zaligmaker vinden, niet van Hem komen. Wat is het antwoord op dat argument? Het wordt gevonden in het feit, dat het een heel andere zaak wordt als nauwkeurig het verschil tussen goed en kwaad wordt bepaald, dan om in het hart het verlangen en de neiging te leggen, het rechte pad te volgen. Schitterende zedenkundige analyses op zetten, is heel iets anders dan zielen te inspireren met een onvergankelijke liefde voor het reine en het goede. Wijsgeren, zedenkundige leraars, opvoeders en dichters hebben in mooie woorden en geschikte zinsneden een prachtig ideaal gelegd, doch het werd aan Jezus Christus overgelaten in het menselijk hart de zielsveredelende liefde voor het goede en de waarheid, die in edele christelijke levens tot uitdrukking komen, te planten.

 

    Vanuit het Goddelijk hart van onze Heer en Zaligmaker zijn al deze mooie eigenschappen tot deze wereld gekomen. Wat Zijn reinigende Geest heeft gedaan, namelijk de wereld te zuiveren van zonde, bewijst de goddelijkheid van Zijn boodschap en zending. Zijn troostvolle woorden hebben wanhoop in hoop veranderd. Zijn belofte voor Zaligheid heeft koude, ontmoedigende twijfel in schitterend geloof verandert. Zijn zachte Geest van liefde heeft de haatvolle levens van mannen en vrouwen verzacht en gereinigd. Zijn reine beginselen van waarheid hebben duizenden verlaagde zielen gelouterd en gezuiverd en hen tot eerbaarheid en goede hoedanigheden verhoogd.

 

    Hij redt inderdaad de mensheid van vrees, twijfel en wanhoop. Aangezien Hij al deze goddelijke dingen doet moet Hij zijn, Die Hij beweert te zijn, de waarachtige Zoon van God. De reddende genade en macht van Christus is in 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'. Zijn inspirerende en reinigende geest is de levenskracht en ziel van ons Heilig geloof. Wij hebben de verloren uitstraling van het Christelijk geloof gevonden. Het is in deze tijd door directe openbaring tot ons gekomen. Uit deze moderne openbaringen hebben wij de waarheid betreffende de aard, het karakter en de persoonlijkheid van Jezus Christus vernomen. Deze vaste wetenschap van Hem heeft Hem tot ons gebracht. Om die reden is Hij dicht bij ons en is in onze harten ontwaakt, het diepe levendige geloof, dat het hart reinigt, de geest zuivert en de ziel veredelt. Het feit van het bestaan van een diep overheersend geloof die werkelijk mensenlevens vervormd heeft velen de aandacht getrokken. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.