Wordt eensgezind en werk samen

 

     In de vijftien jaar dat ik lid ben van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' is er veel gebeurt. Dat begon al in Rotterdam Noord vlak na mijn doop. Ik werd ingedeeld in het huisonderwijs en kreeg een vaderloos gezin toegewezen met kleine kinderen. Na verloop van tijd ging ik zien waar ik kon inspringen en zo heb ik voor dat gezin kinderfietsjes, stepjes en ander kinderspeelgoed gerepareerd. De kinderen waren er dolblij mee.

 

     Toen ik in Hilversum kwam is dat gewoon verder gegaan in het onderhouden van tuinen van bejaarden leden van onze kerk. Ik heb daarmee geleerd hoe fijn het is geweest mezelf daarin te verliezen want ik heb daar ook mezelf in gevonden op een manier die ik nog niet eerder van mezelf had gezien, want zelfs de kleine dingen die we doen, zoals iemand in de tuin helpen of een deur openhouden, kan het leven van een ander een stuk aangenamer maken, maar daar kan je ook je eigen plezier in vinden.

 

     President Eyring heeft eens gezegd: "De beginselen die aan het welzijnsprogramma van de kerk ten grondslag liggen, zijn niet beperkt tot één periode of plaats. Zij zijn altijd en overal van toepassing. Het is duidelijk wat we moeten doen. Wie meer middelen hebben vergaard, dienen zich te verootmoedigen om de behoeftigen te helpen. Zij die een overvloed hebben, dienen vrijwil­lig iets van hun gemakken, tijd, vaardighe­den en middelen op te offeren om het lijden van mensen in nood te verlichten. En die hulp moet op zo’n manier worden verstrekt dat het de mogelijkheden van de ontvangers vergroot, om voor zichzelf [en vervolgens voor anderen] te zorgen. Als dat op de wijze van de Heer gedaan wordt, kan er iets opmerkelijks gebeuren. Dan wordt zowel de gever als de ontvanger gezegend." (1) 

 

    President Uchtdorf heeft gezegd: "Broeders en zusters, wij zijn allen volgens ons verbond verplicht om de behoeften van anderen op te merken en anderen te helpen zoals de Heiland dat deed, en de mensen om ons heen tot zegen te zijn.  Het antwoord op ons gebed komt vaak niet terwijl we bidden, maar als we de Heer en onze naasten helpen. Onzelfzuchtig dienstbetoon en toewijding verfijnen onze geest, verwijderen de schubben van onze geestelijke ogen en openen de vensters van de hemel. Wanneer we het antwoord op iemands gebed zijn, vinden we vaak het antwoord op dat van onszelf." (2)

 

    En de Heer noemde zijn volk Zion, omdat zij één van hart en één van zin waren en in rechtvaardigheid leefden; en er waren geen armen onder hen. (Mozes 7:18.)

     En het is mijn bedoeling voor mijn heiligen te zorgen, want alle dingen zijn van Mij. Maar het moet wél gebeuren op mijn eigen wijze; en zie, dit is de wijze waarop Ik, de Heer, heb besloten voor mijn heiligen te zorgen, opdat de armen verhoogd zullen worden, doordat de rijken verlaagd worden.  Want de aarde is vol, en er is meer dan genoeg; ja, Ik heb alle dingen bereid, en heb het de mensenkinderen gegeven naar eigen believen te handelen. (L&V 104:15-17.)

 

      We tonen onze liefde voor God door elkaar te dienen en we hebben de mensen lief die we dienen. Hierdoor heb ik ontdekt dat dienstbetoon mij een gelukkig gevoel geeft wat ik met het nalopen van mijn eigen belangen nooit zal krijgen. Dat gebeurt op grote en kleine wijze, in het openbaar, maar ook persoonlijk, voor vrienden en voor vreemdelingen. Christelijk dienstbetoon draait niet om erkenning, aanvaart geen beloning en komt voort uit liefde. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1.  Zie 'Mijn fundament: beginselen, vaardigheden, gewoonten', Zelfredzaamheid, Hoofdstuk 7 'Wordt eensgezind en werk samen'.

 

(2. Dieter F. Uchtdorf, 'Stilstaan op de weg naar Damascus', Liahona, mei 2011, blz. 76.)